De zorg voor het individuele kind

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

Onze professionaliteit
De zorg voor het individuele kind wordt in hoge mate bepaald door de professionaliteit van de leerkracht. In ons team zijn er een aantal collega's die meerjarige opleidingen hebben gevolgd met betrekking tot de zorg voor het individuele kind. Daarnaast volgen veel collega's kortlopende cursussen of informatiemiddagen die aandacht besteden aan de ontwikkeling van kinderen.
Als team zijn we dan ook in ruime mate toegerust om die zorg en aandacht te geven, die u van ons verwacht.

De ontwikkeling van het individuele kind
Acht jaar basisonderwijs betekent dat wij acht jaar de verantwoordelijkheid op ons nemen om kinderen zich zo goed mogelijk te laten ontplooien op allerlei terrein. Kinderen verschillen in talenten, in karakter en in de wijze waarop ze worden opgevoed. Vanaf het eerste moment dat kinderen op school zijn, proberen we de ontwikkeling zo goed mogelijk te volgen.
We kunnen dat doen op basis van onze professionaliteit en onze ruime ervaring. Gerichte observatie, het dagelijks werk van kinderen en de omgang van kinderen met elkaar en met de leerkracht geven een goed beeld van uw kind. Daarnaast geven proefwerken, mondelinge beurten en toetsen die bij de methodes horen een aanvulling op het beeld dat een leerkracht van een kind heeft. Tenslotte nemen we twee keer per jaar toetsen af die landelijk genormeerd zijn en die ons vertellen wat de prestaties van uw kind zijn vergeleken met het gemiddelde kind in Nederland. Deze prestaties kunnen we zonodig ook in een grafiek zichtbaar maken. Deze grafische weergave van uw kind kunt u het beste vergelijken met de groei- en gewichtscurve van uw kind op het consultatiebureau.
De gegevens over de ontwikkeling van elk kind worden bewaard in ons leerlingvolg -systeem en in een individueel leerlingdossier. Heeft een leerkracht zijn of haar twijfels over de ontwikkeling van een kind dan wordt het kind besproken in het zorgteam. Ons zorgteam bestaat uit de directeur, de intern begeleider, de leerkrachten een orthopedagoog of andere deskundigen van buiten de school. Als wij het wenselijk vinden of als ouders het wenselijk vinden zijn ouders bij het overleg van het zorgteam aanwezig. Eens in de zes weken komt ons zorgteam bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomst wordt er aandacht besteed aan de kinderen, die door een leerkracht zijn aangemeld.
In onderling overleg wordt het probleem verkend en wordt nagedacht over de te volgen strategie. Het zorgteam geeft adviezen aan de leerkracht. Het zorgteam kan ook adviseren om het kind te laten onderzoeken door een deskundige van buiten onze school.

Onze maatstaven bij de ontwikkeling van het individuele kind
In groep 1 en 2
De ontwikkeling van kinderen in groep 1 en 2 wordt gevolgd met behulp van de ontwikkelingslijnen van het Gouds Ontwikkelingspakket voor kleuters (GOVK) Dit pakket bestaat uit 10 ontwikkelingslijnen. Gedurende de periode dat het kind in groep 1 of 2 zit, wordt minimaal vier keer bekeken of het kind zich ontwikkelt zoals verwacht mag worden.

Het Cito leerlingvolgsysteem
Groep 1 en 2
Kinderen in groep 2 doen bij ons reeds mee met het leerlingvolgsysteem van CITO. We kunnen dan vaststellen of kinderen zich voldoende hebben ontwikkeld om door te stromen naar groep 3.

Groep 3 tot en met 8
Vanaf groep 3 nemen de kinderen twee keer per jaar deel aan de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem. De gegevens worden opgeslagen in de computer. Zo kunnen we gedurende de rest van de basisschooltijd de ontwikkeling van de kinderen volgen.
Het leerlingvolgsysteem geeft ons informatie op schoolniveau, op groepsniveau en op individueel niveau.

Wat vertellen ons de toetsen?
De scores van de kinderen worden verdeeld over vijf niveaus We spreken dan van "A, B, C, D, E,"niveaus. De beste kinderen scoren op "A niveau" .De zwakste kinderen scoren op "E niveau".
Kinderen die op "A niveau" presteren zijn vaak kinderen met speciale begaafdheden. Als kinderen op alle leergebieden erg goed presteren, spreken we van hoogbegaafdheid. Een intelligentieonderzoek kan onze vermoedens bevestigen.
Voor deze kinderen kunnen we extra programma's ontwikkelen, die beter aansluiten bij hun intellectuele ontwikkeling.
Kinderen die op "E niveau" presteren zijn kinderen, die zich op een bepaald terrein langzaam ontwikkelen. Ontwikkelen kinderen zich op alle terreinen erg langzaam dan spreken we van zwakbegaafdheid.
Op onze website staat een uitgebreide informatie voor het leerlingvolgsysteem voor kinderen.

Welke toetsen gebruiken we?
Cito-toets In welke groep
Ordenen (rekenvoorwaarden) 2            
Taal voor kleuters (rekenvoorwaarden) 2            

Diverse leestoetsen
Grafementoets (herkennen van lettertekens)   3          
Schaalverwijsrelaties (voorw. begrijpend lezen)   3          
Schaalbetekenisrelaties (voorw. begrijpend lezen)   3          
Leeswoordenschat (welke woorden kent een kind)       5 6 7 8
AVI-lezen (toenemende leesvaardigheid)   3 4 5 6 7  
Drie minuten toets (meten van leessnelheid))   3 4 5 6 7  
Toets begrijpend lezen (een tekst begrijpen)     4 5 6 7 8

Diverse leestoetsen
Taalschaal (gevoel voor taal)     4 5 6 7 8
Toets spellingvaardigheid (foutloos schrijven)   3 4 5 6 7 8

Rekentoetsen
Toets rekenen wiskunde   3 4 5 6 7  
 
Eindtoets groep 8             8
Op de rapporten voor de kinderen van groep 3 tot en met 8 vindt u de resultaten van de Cito-toetsen in het leerlingvolgsysteem terug.

Het zorgoverleg
Ongeveer één keer per twee à drie weken is er overleg tussen de intern begeleider en de leerkracht. Samen bespreken zij de vorderingen van de kinderen. Handelingsplannen worden geëvalueerd en bijgesteld. Zo proberen we de ontwikkelingen van kinderen te volgen en zo nodig bij te sturen als we problemen signaleren.

De rapportage aan de ouders
De ouders van de kinderen in groep 1 en 2 krijgen twee keer per jaar de gelegenheid om te komen praten over het welzijn en de vorderingen van hun kind. Vanaf groep drie krijgen de kinderen een rapport mee naar huis. Voor de kinderen van groep drie is er een apart rapportboekje. Daarin beschrijft de leerkracht onder andere de ontwikkeling van het kind en de vorderingen op het terrein van lezen, schrijven en rekenen. Voor de kinderen van groep 3 tot en met 8 geven we drie keer per jaar een rapport mee Dat is in de maanden november, februari of maart en het eind van het schooljaar. Op het rapport schrijft de leerkracht de eigen waardering en de scores uit het leerlingvolgsysteem. Na het eerste en tweede rapport bieden wij de ouders de gelegenheid om met de leerkracht te praten over de vorderingen en het welbevinden van de kinderen.
Mocht u op een ander moment met de leerkracht willen praten dan bent u altijd welkom.

Informatie aan ouders, die gescheiden leven
Er zijn kinderen bij ons op school, waarvan de ouders niet bij elkaar leven. Wij vinden het belangrijk om beide ouders goed te informeren over de ontwikkeling van hun kind of kinderen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat beide ouders zelf hun verschillende adressen kenbaar maken aan de directeur.
Aan beide ouders wordt dan de volgende informatie verstrekt: de schoolgids, het rapport en de uitnodiging voor de ouderavonden. Deze informatie wordt in tweevoud en het rapport zelfs in drievoud aan het kind meegegeven. Als één van de ouders dit anders wil, kan hij of zij contact opnemen met de directeur. Hierbij wordt aangetekend, dat voor een ouderavond beide ouders worden uitgenodigd voor een gezamenlijk gesprek. Alleen in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. Het originele rapport wordt altijd aan het kind verstrekt en het kind krijgt twee kopieën mee als ouders niet meer op één adres wonen.
Alle overige informatie wordt aan het kind in enkelvoud meegegeven. Op verzoek wordt de overige informatie ook aan de ouder verstrekt waar het kind op dat moment niet woont. Een verzoek om gegevens over het kind te verstrekken aan derden wordt altijd aan beide ouders gedaan.

Onze speciale leerlingenzorg
Onze speciale leerlingenzorg
Onder onze speciale leerlingenzorg verstaan we de zorg voor de "A" kinderen en de "E" kinderen op onze school. Daarnaast hebben we op school verschillende leerlingen, die in aanmerking komen voor leerling-gebonden financiering.

Leerling-gebonden financiering (rugzakje) en speciaal basisonderwijs
WSKO is van mening dat elk kind uniek is en vanuit die gedachte ook geaccepteerd moet worden. Niet alle kinderen zijn hetzelfde en dat is maar goed ook. Hetzelfde geldt voor scholen. De ene school is de andere niet. Elke school heeft haar eigen sfeer, zorgkwaliteit, specifieke deskundigheid en mogelijkheden. Samenstelling van leraren, kinderen en gebouwspecifieke eigenschappen verschillen per school. Ieder kind verdient zijn eigen school. Een goed gesprek waarbij ouders, kind en school zich wederzijds kunnen oriënteren voordat ze een school kiezen is dan ook van wezenlijk belang.
WSKO-scholen stellen zich op het standpunt dat ieder kind, met of zonder rugzak, dan ook de school verdient die bij haar/hem past.

Wat is de rugzak oftewel leerling gebonden financiering?
De rugzak is een andere naam voor de wet op de leerling-gebonden financiering. Deze wet geeft ouders van een kind met een handicap het recht om voor hun kind de school te kiezen die zij het meest geschikt vinden. De financiering is dus gekoppeld aan het kind, waarbij de ouders zeggenschap hebben over de besteding van middelen. Dat kan een reguliere (gewone) school zijn of een school voor speciaal onderwijs.

Wie bepaalt of mijn kind leerling-gebonden financiering krijgt?
Een onafhankelijke commissie kijkt of uw kind in aanmerking komt voor leerling-gebonden financiering. Dit wordt indicatiestelling genoemd. U meldt uw kind aan bij een commissie voor indicatiestelling (CvI). Per Regionaal Expertise Centrum (REC) is er zo'n commissie. Als zo'n commissie na onderzoek een indicatiestelling afgeeft kunt u zelf bepalen of uw kind naar een reguliere of speciale school gaat. Het REC kan u hierover advies geven.

Waar letten onze scholen op bij een specifieke hulpvraag?
  • Evenwichtige investering van aandacht binnen de groep: is het mogelijk om het kind binnen de mogelijkheden van de school de specifieke aandacht te geven;
  • Is er een evenwichtige verdeling van leertijd voor het kind te realiseren zonder dat andere kinderen binnen de groep tekort komen;
  • Deskundigheid van team op specifieke zorggebieden;
  • Maximaal aantal leerlingen in een groep: tot welke groepsgrootte kan een leraar de klas managen?
  • De samenstelling van de groep: hoeveel kinderen met een indicatiestelling kunnen wij aan?
  • De veiligheid en het welbevinden van de leerling zelf, van de leerkracht en van de andere leerlingen moeten gewaarborgd blijven.
  • Continuïteit van zorg: kan de noodzakelijke zorg voor de leerling alle leerjaren gecontinueerd worden;
  • Fysieke gebouwomstandigheden;
  • De mate waarin ouders de missie, uitgangspunten en doelstellingen van de school onderschrijven;
  • De mate waarin ouders/verzorgers zich conformeren met de uitgangspunten die de identiteit van de school bepalen.
Hoe krijgen we problemen in beeld?
  • De groepsleerkracht kan op grond van eigen waarneming, het dagelijkse werk van een kind en toetsen van de eigen methode vaststellen of er een leerprobleem is.
  • In overleg met de intern begeleider kan er nog aanvullend onderzoek worden gedaan en kan er een diagnose gesteld worden.
  • De gegevens van het kind m. b. t. de toetsen uit het leerlingvolgsysteem kunnen informatie verschaffen over de ontwikkeling van een kind.
  • Het opsporen van risicoleerlingen op het terrein van sociaal - emotionele problemen gebeurt door middel van observaties en gesprekjes met kinderen en ouders.
Hoe gaan we het probleem aanpakken?
  • De leerkracht ontwerpt in overleg met de remedial teacher of de intern begeleider een plan om het probleem op te lossen. We noemen dit een handelingsplan. Voordat we met het kind aan het probleem gaan werken, worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld.
  • In het handelingsplan schrijven we op hoe we het kind gaan helpen en hoeveel tijd we eraan gaan besteden. We spreken hiervoor ook een bepaalde periode af. Na die periode gaan we na of onze inzet vrucht heeft afgeworpen. Zonodig wordt er een nieuw handelingsplan opgesteld.
  • Soms komt het voor dat we niet in staat zijn om met extra inzet van mensen en leermiddelen het probleem te verminderen of op te lossen. In overleg met de ouders vragen we een onderzoek aan bij een of meerdere deskundigen van buiten onze school.
We kunnen ook een beroep doen op schoolmaatschappelijk werk. Deze voorziening is speciaal voor scholen in het leven geroepen en is niet direct verbonden aan bureau jeugdzorg. Uiteindelijk wordt er een advies opgesteld, dat door het zorgteam met de ouders wordt besproken.
Het zorgteam kan de ouders adviseren gebruik te maken van onze bovenschoolse voorzieningen (zie hierna) of hulp te zoeken bij bureau Jeugdzorg. Ook kan plaatsing op een speciale school voor basisonderwijs overwogen worden Het bewaren van gegevens
De gegevens van elke leerling worden opgeborgen in een individueel leerlingdossier. Daarin worden de gegevens opgenomen over het gezin, de leerlingbesprekingen, gesprekken met de ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen, toetsen en overgangsrapporten.
Het leerlingdossier wordt afgesloten met de toetsen in groep 8 en het advies van onze school voor één of andere vorm van voortgezet onderwijs. De intern begeleider beheert deze leerlingdossiers. De informatie uit deze leerlingdossiers is ter inzage van de ouders.

"Bovenschoolse voorzieningen" in het Federatief Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Westland (FSPOW)
Algemeen
Kinderen gaan naar school. Voor de meeste kinderen is het een tijd zonder veel problemen. Kinderen die moeilijkheden ondervinden op school kunnen altijd rekenen op extra zorg van ons team.
Onze school kan ook nadat u daarvoor toestemming heeft gegeven een beroep doen op de zogenoemde "bovenschoolse voorzieningen" in het Samenwerkingsverband Westland.

Centrale dienst
Het samenwerkingsverband heeft een centrale dienst ingericht, waar scholen met vragen rond individuele leerlingen terecht kunnen. Het is een voorziening voor scholen. Doelstelling van de centrale dienst is een snelle en adequate dienstverlening op basis van handelingsgericht werken. Niet dossiervorming is belangrijk, maar gerichte adviezen, die passen in de situatie van het kind en de leerkracht.

Permanente commissie leerlingenzorg (PCL)
In ons samenwerkingsverband Westland heeft de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) de wettelijke taak om te beoordelen of de aangemelde leerling toelaatbaar wordt geacht tot een speciale school voor basisonderwijs. Indien de PCL tot de conclusie komt dat een leerling aangewezen is op het volgen van onderwijs op een school voor speciaal onderwijs wordt er een beschikking afgegeven.
Diverse adressen van instanties en commissies zijn op school bekend.

Procedure aanmelding van een leerling voor het speciaal basisonderwijs bij het Centraal Loket

A. Aanmelding door de school
De school en de ouders dienen eerst uiteraard overeenstemming te hebben over de problemen die er bij het kind zijn. Daarna kunnen de volgende stappen worden genomen:
  • De school geeft de ouders de brochure "Uw kind en de Centrale Dienst van het FSPOW". Hierin wordt aan de ouders de procedure uitgelegd. Deze brochure is ook te vinden op de website van FSPOW, www.fspow.nl.
  • De school laat het toestemmingsformulier door de ouders ondertekenen, waarmee de ouders toestemming geven aan de Centrale Dienst (de commissie leerlingenzorg en de preventief ambulant begeleiders) om onderzoek te mogen doen alsmede informatie bij derden over hun kind aan te vragen.
  • De school zorgt voor een compleet ingevuld Schoolinlichtingenformulier.
  • De school laat de ouders de vragenlijst voor ouder(s)/verzorger(s) invullen.
  • Deze drie zaken (genoemd bij punt 2,3, en 4) worden door de school opgestuurd aan het Centraal loket, Postbus 25, 2670 AA Naaldwijk.
  • De aanmeldingen worden op volgorde van binnenkomst op de lijst van nieuw aangemelde leerlingen geplaatst.
B. Aanmelding door de ouders
Ouders kunnen zelf hun kind bij het Centraal Loket voor onderzoek aanmelden. Dit gaat als volgt:
  • De ouders bellen naar het Centraal Loket (0174 642090) en vragen een inschrijfformulier voor ouders aan.
  • Dit formulier moet door hen volledig worden ingevuld en opgestuurd naar het Centraal loket, Postbus 25, 2670 AA Naaldwijk.
  • De aanmeldingen worden op volgorde van binnenkomst op de lijst van nieuw aangemelde leerlingen geplaatst.
Klachtenregeling PCL
De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van ons samenwerkingsverband heeft de wettelijke taak om te beslissen over de toelating van een kind op een speciale school voor basisonderwijs. Maar ouders kunnen het met deze beslissing niet eens zijn. Zij kunnen dan een bezwaarschrift indienen bij de landelijke klachtencommissie PCL, welke bereikbaar is op 070-3481180 of via postbus 694, 2270 AR Voorburg. De modelklachtenregeling is op school verkrijgbaar.